We kennen allemaal het verhaal van Jezus die water in wijn veranderde op een bruiloft in Kana. De wijn was op, wat in die tijd niet gewoon een logistiek foutje was, maar een sociale afgang van jewelste. Jezus laat zes stenen watervaten (bedoeld voor Joodse rituele reiniging) vullen met water, de ceremoniemeester proeft en zegt vervolgens iets opvallends: normaal schenken mensen eerst de goede wijn en later pas de mindere wanneer iedereen al half aangeschoten is, maar hier komt juist de beste wijn op het eind.
En daar zat ik dus ineens aan te denken terwijl ik Bret Brothers en La Soufrandière proefde.
Niet omdat ik ineens een religieuze ervaring kreeg van biodynamische Chardonnay, rustig aan, maar omdat dit voor het eerst een wijnstijl was waarbij ik dacht: misschien kwam wijn in de tijd van Jezus hier wel dichtbij in de buurt.
Want wijn in de oudheid was geen steriel gecontroleerd product. Geen perfect opgepoetste Pouilly-Fuissé met een PowerPointpresentaties over subtiele houtintegratie. Wijn was levend, ongefilterd, oxidatiever, grilliger en waarschijnlijk ook zuurder en harder dan we tegenwoordig gewend zijn.
En laat dát nu precies zijn waar Bret Brothers mij raakt én verliest.
De geur vind ik namelijk oprecht prachtig. In eerste instantie opent zich een wijn die als een Rubensvrouw wulps over de tafel heen buigt om je mond te vullen uit een kelk. Ja serieus. Daar gebeurt van alles. Spanning, krijt, citrus, iets wilds, iets levends. De eerste slokken ook. Dan denk ik nog: verrek, interessant. (Ik laat me graag verleiden namelijk, zeker door wijn). Hier zit energie in. Dit is niet saai. Dit is geen wijn die braaf op de achtergrond staat terwijl iemand over zonnepanelen begint.
Maar dan komt het zuur. Niet fris. Niet strak. Niet spannend. Nee, gewoon BAM.
Alsof die wijn ineens besluit mee te doen aan het Guinness Book of Records voor hoogste zuuraanval per seconde. Een complete faceslap. En die Rubensvrouwen slaan hard kan je melden. Alsof iemand midden in een goed gesprek onverwachts een citroen in je oog uitknijpt.
En ik wil meteen nuanceren, voor ik half wollensokkenland over me heen krijg. Ja, ik ben gewoon een zeer conservatieve wijndrinker, blijf graag hangen in wat ik ken en wat ik lekker vind, en ja smaak is puur persoonlijk. Want ik snap echt wel waarom mensen hier idolaat van worden. Zeker binnen natuurwijnkringen is dit precies waar het hart harder van gaat kloppen. Dat nerveuze, dat sensorisch uitdagende, dat compromisloze. Sommige wijnliefhebbers zoeken spanning zoals anderen parachutespringen.
Ik blijkbaar niet. Ik krijg van deze wijn een sensorisch informatieverwerkingsprobleem. Ik hou van fris, van zuur zelfs, absoluut, maar wel met balans. Ik wil spanning in wijn, geen gijzeling van 50 tinten zuur.
En toch vind ik dit soort proeverijen interessant. Juist omdat het je dwingt na te denken over wat wijn eigenlijk is geworden. Moderne wijntechniek heeft wijn zachter, stabieler en toegankelijker gemaakt. Misschien ook voorspelbaarder. Terwijl alom gewaardeerde producenten zoals Bret Brothers juist iets van dat ruwe en levendige proberen terug te pakken. Soms prachtig. Maar mijn tandglazuur liep zojuist met een plunjezakje hier de poort door.
Maar eerlijk is eerlijk, liever een wijn waar ik iets van vind dan de zoveelste technisch perfecte Chardonnay die smaakt alsof hij ontworpen is door een accountantskantoor.
Enfin, als Jezus dit soort wijn maakte dan begrijp ik dat Petrus drie keer zei dat hij hem niet kende….
